Samen kijken wat iemand écht nodig heeft
De druk op de mentale gezondheidszorg groeit. Tegelijkertijd zien zorg- en welzijnsorganisaties dat niet iedere hulpvraag automatisch thuishoort in de specialistische ggz. Juist daarom werken steeds meer organisaties in Zuidoost-Brabant samen binnen het Mentale Gezondheidsnetwerk (MGN). Het doel: inwoners sneller helpen op een manier die écht past bij hun situatie.
door Marlies Mertens, redactielid Samen Precies! namens de GGzE
Volgens Ingrid Willems, bestuurder bij GGzE, vraagt dat om een andere manier van kijken. “We zijn jarenlang gewend geweest om vooral te denken in systemen en oplossingen,” vertelt ze. “Maar de vraag zou eigenlijk moeten zijn: wat heeft iemand nodig om weer verder te kunnen? En wie of wat kan daarbij helpen?”
Sleutel dichterbij huis
Dat hoeft lang niet altijd meteen een zorginstelling te zijn. Soms ligt de sleutel dichterbij huis: in de wijk, bij familie, vrienden of praktische ondersteuning vanuit het sociaal domein. “De wachtlijsten verkorten is belangrijk,” zegt Ingrid, “maar dat moet eigenlijk een gevolg zijn van beter aansluiten bij wat iemand écht nodig heeft.”
Breder kijken
Die gedachte klinkt ook door bij Bianca van Kaathoven van WIJeindhoven. Zij ziet dagelijks hoe mentale problemen vaak verweven zijn met andere zorgen. “Als iemand somber is omdat er schulden zijn, er stress is over huisvesting of de zorg voor kinderen te zwaar wordt, dan moet je breder kijken dan professionele ondersteuning alleen,” legt ze uit. “Wat vindt iemand zelf belangrijk? Wie zijn belangrijk voor die persoon? Soms zit de oplossing juist in het versterken van het netwerk rondom iemand,” legt ze uit. “Dan moet je breder kijken. Niet alleen naar klachten, maar vooral naar wat iemand belangrijk vindt, wie belangrijk voor iemand zijn en welke steun er al aanwezig is.”
Verkennende gesprekken
Binnen het MGN gebeurt dat onder andere via verkennende gesprekken. In een open gesprek bespreekt een inwoner diens situatie, samen met naasten en professionals uit de GGZ en sociaal domein. Niet alleen de klachten, maar ook wat iemand belangrijk vindt, wat een inwoner zelf kan doen, welke steun aanwezig is in de omgeving en welke stap als eerste nodig is.
Kastje naar de muur
Voor huisartsen is dat een belangrijke ontwikkeling, merkt huisarts Mijke van Gelderen van Stroomz. Zij ziet regelmatig patiënten die tussen organisaties blijven hangen. “Mensen worden soms van het kastje naar de muur gestuurd. Dan wacht iemand maanden op hulp, om vervolgens te horen dat hij toch niet op de juiste plek zit. Dat is ontzettend frustrerend, voor de patiënt én voor de huisarts.”
Tijd maken om te luisteren
Juist daarom gelooft zij in het gezamenlijke gesprek aan de voorkant. “Je kijkt samen: wat speelt hier nu echt? Wie kan iets betekenen? En wat is op dit moment haalbaar?” Dat geeft volgens haar sneller perspectief. Ook merkt ze dat inwoners zich serieus genomen voelen. “Er wordt echt tijd gemaakt om naar hun verhaal te luisteren. Dat alleen al maakt verschil.”
Niet alles is een psychische stoornis
Ook Janneke de Jong van Novadic-Kentron ziet daarin grote waarde. Volgens haar zijn mentale problemen de afgelopen jaren te snel gelijkgesteld aan psychiatrie. “Iemand kan psychische klachten hebben zonder dat er sprake is van een psychiatrische stoornis,” zegt ze. “Maar we zijn wel gewend geraakt om bijna alles richting ggz door te verwijzen.”
Basisvoorwaarden
Daardoor raken wachtlijsten voller, terwijl niet iedereen gebaat is bij specialistische behandeling. Soms zijn eerst de basisvoorwaarden nodig: rust, inkomen, structuur of steun vanuit de omgeving. “Als iemand financiële problemen heeft of geen stabiele woonsituatie, dan is een zware behandeling vaak niet eens haalbaar,” zegt Janneke. “Dan moet je eerst kijken: wat heeft iemand nú nodig?”
Open gesprek
Daarbij ziet ze ook nog veel vooroordelen, vooral rondom verslaving. “Mensen denken vaak dat een naaste niets kan betekenen als er sprake is van verslaving, terwijl juist het netwerk veel kan doen. Een open gesprek voeren en samen kijken wat helpend is, dat maakt vaak al een groot verschil.”
Samen optrekken
Wat alle betrokkenen gemeen hebben, is de overtuiging dat mentale gezondheid niet alleen een taak van de ggz is. Het vraagt samenwerking tussen zorg, welzijn, huisartsen, gemeenten én de omgeving van inwoners zelf.
Oude patronen loslaten
Dat betekent ook anders leren werken. Organisaties moeten elkaar beter leren kennen, professionals moeten ruimte maken voor overleg en oude patronen loslaten. Dat gaat niet vanzelf. Maar volgens de betrokkenen is de beweging al ingezet. Of zoals Janneke het samenvat: “In een verkennend gesprek zijn wij niet degene die alles bepalen. De inwoner verkent zijn eigen verhaal, en wij mogen meekijken.”
mei 2026